Middagje Mark

“Ik word hier afgedroogd door de partijleider”, roept een man met wit haar. Hij wilde met Rutte op de foto en sloeg zijn arm om de schouder van de premier. Het volle glas bier dat hij nog in zijn hand had kieperde daardoor leeg. Op Rutte’s lichtblauwe overhemd verschijnen donkere vlekken. “Geen zweet hoor, geen zweet”, lacht de premier tegen de verslaggever.

Onvermoeibaar

Een paar zweetplekken in Rutte’s overhemd zou helemaal niet raar zijn. Van vier tot vijf gaat hij in de kou op de Stadhuisbrug onvermoeibaar op de foto met voorbijgangers. Daarna een borrel met VVD’ers in Mammoni op de Mariaplaats. Hij houdt er een korte toespraak waarin hij de Utrechtse afdeling succes wenst tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Ook in Mammoni staan veel leden klaar met hun fotocamera.

Theedoek

Een meisje dat het bier-ongelukje ziet gebeuren haalt een theedoek bij de bar. Met krachtige vegen probeert de premier het colbertje van de man te drogen. Het meeste bier is gelukkig op de grond terechtgekomen. “Geeft niks joh, geeft niks”, lacht de premier. Daarna poseert hij breed lachend voor het volgende kiekje.

Vrijgelaten

De verslaggever zit even later in zijn eentje op een bankje bij de uitgang. Zoveel vrolijkheid daarbinnen, daar valt journalistiek toch geen eer aan te behalen? De deur zwaait open en Rutte komt in zijn eentje naar buiten. “Joh, moet je nu alleen naar huis?”, vraagt de verslaggever verbaasd. “Jahaa, vrijgelaten, hoi!”, zwaait de premier hem vrolijk gedag.

Indonesisch

Wat hij hierna gaat doen heeft hij eerder deze middag al verklapt. “Ik ga lekker Indonesisch eten vanavond”, zei hij tegen een klein meisje op de Stadhuisbrug. In het glimmend-rood ingepakte pakket dat hij bij het verlaten van Mammoni in zijn handen houdt zit hopelijk een passend wijntje.

verschenen op Nieuws030

Advertenties

Nieuwjaarsreceptie van het andere 030

“Jij houdt ook wel van dingen buiten je comfortzone toch?”, vraagt Q. vanachter het stuur. We rijden over een donkere en smalle weg, onderweg naar Slot Zeist. Daar is vanavond de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Zeist. Niet dat we in Zeist wonen, we wonen in Utrecht. Vorige week bezochten Q. en ik de nieuwjaarsreceptie van de gemeente Utrecht. Burgemeester Jan van Zanen gaf ons een hand en wenste ons een gelukkig nieuwjaar.

In Zeist kennen we niemand. Daarom struinen we maar wat rond door de grote en hoge vertrekken van Slot Zeist, ondertussen de zeventiende-eeuwse wand- en plafondschilderingen bewonderend. Op de vloer ligt dik en mooi tapijt. Zonde denk ik, al die schoenen van de burgers van Zeist die eroverheen malen. Elke ruimte staat stampvol mensen en bitterballen en hapjes gaan rond. Dan kan het haast niet anders of er wordt wel een keer zo’n bitterbal vertrapt op de vloerbedekking.

In de meeste ruimtes is er livemuziek. Een a capella-popkoor bijvoorbeeld of een stemmig blaasorkest. We blijven een tijdje staan kijken bij een kleine singer-songwriter die op Roel van Velzen lijkt. Uit zijn tenen zingt hij zijn liedjes terwijl VVD’ers met een oranje sjaal elkaar uitbundig op de schouders slaan. Twee vrouwen van in de veertig staan rechts naast ons. Een jolige man voegt zich bij hen. “Als ik jouw decolleté zo zie dan denk ik: daar moet ik even aan zitten”, zegt de jolige man tegen de blonde vrouw. De vrouw met het donkere haar draait met haar ogen. Toch blijven de dames beleefd converseren met de jolige man.

Wij raken in gesprek met twee fris ogende jonge ambtenaren. Ze hebben meegeholpen met de organisatie van dit nieuwjaarsfeest. Op het naambordje van de ene staat ‘Verdonk’. Ik vraag of ze de dochter is van Rita. Dat is niet zo. Burgemeester Janssen voegt zich bij ons. Hij geeft ons een hand en wenst ons een gelukkig nieuwjaar. We biechten eerlijk op dat we eigenlijk in Utrecht wonen. De burgemeester lacht en zegt dat hij ook weleens heeft meegemaakt dat bruiloftsgasten op Slot Zeist zich bij een feest van de gemeente voegden.

We mogen dus nog even blijven. Maar niet lang meer, want het is bijna tien uur en dan is het festijn ten einde. De fris ogende jonge ambtenaar die Verdonk heet gaat rond om de mensen te vertellen dat het tijd wordt de jassen te halen. “Zie je wel, je bent een echte Verdonk, iedereen eruitgooien”, voeg ik haar toe. Ze lacht hartelijk en zwaait ons gedag.

“Tja, wat moet je anders op maandagavond 8 januari”, brom ik tegen Q. als we over de donkere smalle weg weer naar ons eigen 030 rijden.

verschenen op Nieuws030

Eindejaars-overpeinzing: verloren vriend

“Mijn moeder heeft geen rooie centen meer, dus zij kan me ook niet onderhouden”, vertelde L. me lachend tussen twee slokken uit zijn groene Heinekenblik. We zaten op het pleintje voor de opleiding journalistiek in Zwolle. De zon scheen fel – er waren bijna geen studenten meer. De zomervakantie op punt van beginnen. Het zinnetje over de rooie centen was het belangrijkste argument uit het verzoekschrift van L. om op de opleiding te mogen blijven. Hij had te weinig punten gehaald.

Eind 1999 ging ik journalistiek studeren en ik werd ingeloot in Zwolle. Niet mijn eerste keuze, ik had liever naar Utrecht gewild. Na het halen van mijn propedeuse kon ik gelukkig alsnog naar Utrecht. Tijdens dat ene jaar in Zwolle zat ik in de klas bij L.. Hij was drie jaar ouder dan ik, en woonde met zijn moeder en zijn knappe zusje aan de Oudegracht. Elke morgen spraken we af op Utrecht Centraal en namen we de intercity naar Zwolle. Maar niet nadat we bij de stationskiosk vier halve liters Heineken hadden gekocht. Twee per persoon, eentje per half uur. Zo kwamen we de treinreis van een uur wel door.

Het was ook om te provoceren want de laatste slok bier namen we als we rond negen uur het schoolplein op liepen. Ja, zo treurig was die opleiding daar; er was een schoolpleintje voor het gebouw. We zaten in de klas bij een jongen van achttien die het al had geschopt tot voorzitter van de Oranjevereniging in zijn dorp. Hij en de andere brave studiegenoten spraken schande van die twee knapen uit Utrecht.

Nu is het zeventien jaar later en heb ik L. al dertien jaar niet meer gezien. Onze vriendschap verwaterde na de dood van mijn pa, toen ik een nogal humorloze periode doormaakte waarin ik geen druppel alcohol wilde drinken. Dan strandt een vriendschap met een stevige drinker snel, kan ik u vertellen. Toch was alcohol niet de basis van onze vriendschap. L. was wat je noemde het ‘literaire type’; hij leefde eigenlijk alleen om te roken, te drinken, te vrijen en te schrijven.

De laatste keer dat ik hem bezocht woonde hij inmiddels op zichzelf in een kale flat in Overvecht. Er stonden alleen een bed, een bank en een grote tv. De rest van het meubilair bestond uit bierkratten en een grote verzameling lege en volle flessen drank. We kochten blikken bier bij de Lidl op het winkelcentrum en dronken die op terwijl we naar de nieuwe cd van Spinvis luisterden.

Aan het einde van die avond, het zal ergens in 2003 geweest zijn, stapten we in het gammele liftje naar beneden. L. vertelde me hoe hij hem eerder die week bij een vriendinnetje onder haar rok geschoven had toen ze in de lift stonden. Ik was toen geloof ik nog maagd; ik kon me zoiets stoers amper voorstellen. Zelf was ik radiomaker geworden nadat ik de school voor journalistiek braaf had afgemaakt. L. was er na het eerste jaar vanaf getrapt. Het zinnetje over de rooie centen had zijn uitwerking gemist.

Zijn moeder en zijn zusje zie ik soms nog lopen in de Twijnstraat. Ik kijk meestal een beetje langs ze heen want ik weet niet of ze me nog kennen. Bovendien ben ik bang dat ze me vertellen dat er iets ergs met hem gebeurd is. Maar het zou ook kunnen dat L. -avonturier die hij is- gewoon naar een ver buitenland is verhuisd. Lekker in de zon een beetje drinken, schrijven, roken en vrijen.

verschenen op Nieuws030

Chat v/d dag: veilige bubbel

Zij: Hi lieverd, hoe kijk je terug?

Ik: Het was een interessante ervaring om een avond lang in zo’n veilige bubbel te zitten. Ik weet nu dat de toenemende spanning die ik overal voel geen bedrog is van mijn zintuigen. Hoe lang zal het nog duren tot de oorlog van allen tegen allen uitbreekt? Ik denk niet lang meer. Gelukkig kan in onderduiken bij iemand.

Zij: Oké

Ik: Haha en verder vond ik het ook heel goed georganiseerd en dat je veel talent hebt voor dit soort dingen

Zij: Wat onwijs lief

Ik: Ach, na het lezen van de autobiografie van Stefan Zweig besef ik dat er weinig hoop is voor ons mooie oude continent. Maar jouw talent is boven elke twijfel verheven, dus maak er goed gebruik van!

Chat v/d dag: complottensites

Ik: Ik kan er nog steeds niet over uit dat er in de lobby van zo’n Van der Valk-hotel ’s avonds om elf uur van die beukende 538-herrie opstaat. De hotellobby is toch bij uitstek de plek om gedachteloos met je hoofd boven een glas te hangen? En je zonden die je daarnet misschien wel op één van de kamers gepleegd hebt even te vergeten bij gedimd licht. Want dat vond ik ook zo bizar, die felle verlichting ’s avonds om elf uur. En nee, dat was niet omdat ze bijna dicht gingen. Er zaten wel degelijk mannen aan de bar mistroostig voor zich uit te staren met een biertje. Maar van overdenkingen kwam dus weinig terecht. Ik denk dat duistere krachten proberen onze samenleving te ontwrichten. Tel al die vreemde kleine veranderingen van de afgelopen jaren eens bij elkaar op. Is de familie Van der Valk lid van een geheim genootschap dat de wereld wil controleren door verwarring te stichten? Was de ontvoering Van Toos van der Valk in 1982 wel echt of was die om duistere redenen in scene gezet?

Hij: Allemaal leuk hoor die complottensites maar ik wil je niet binnenkort met een pistool zien zwaaien in het journaaldecor

Ik: Nee maak je geen zorgen, ik weet het natuurlijk allemaal niet zeker

Chat v/d dag: Hugh Hefner

Ik: Misschien moet ik toch eens wat concreter nadenken over hoe mijn leven zou kunnen lopen

Hij: Hoe bedoel je?

Ik: Nou, dat ik er bijvoorbeeld vanuit ga dat ik op 8 maart 2019 een relatie krijg die tien jaar duurt.
Hij: Waarom zou je zoiets willen?
Ik: Dan heb je een soort basisvorm voor de taart die je verder moet bakken. Een vast gegeven van waaruit je verder kunt fantaseren.
Hij: Zoals?
Ik: Misschien ben ik dan tien jaar lang zo tevreden dat ik verder niets meer hoef. Dat ik gewoon in een simpel huurhuisje woon en een dom administratief baantje heb.
Hij: En na die tien jaar dan?
Ik: Dan word ik alsnog een groot schrijver, maar dan hoef ik niet zo te haasten snap je?
Hij: Dan ben je inmiddels 50!
Ik: Dat is het geruststellende aan deze tijd. Je kunt op je 73e wakker worden met een briljant Youtube-format in je hoofd en je laatste twintig jaar als een soort Hugh Hefner slijten.
Hij: Haha, ja dat is waar. Maar wat ga je tot die tijd doen dan?
Ik: Geen idee

Wees

Mijn moeder (59) was de uitvaart van mijn opa (87) aan het voorbereiden. Het ging al maanden slecht met opa. “Vandaag of morgen vinden we meneer waarschijnlijk wel een keer met de oogjes dicht”, had de thuiszorg gezegd. Handgemaakte kaarsen moesten het worden. Met een foto erop van oma en opa. Oma was al zeven jaar geleden overleden. Maar ma wilde de bezoekers van de uitvaart iets meegeven van haar ouders samen. Die handgemaakte kaarsen moesten zes weken van tevoren besteld worden. Het is wel een beetje gek om bezig te zijn met de uitvaart van iemand die nog leeft, vond ma.

In het laatste weekend van november was ik bij haar en ze had de kaarsen die week opgehaald. Ze stonden boven op zolder in een paar dozen. Een voor een verpakt in plastic met een gouden lint erom en een kaartje. “Het is wat, het is wat, ik word wees”, mompelde ma. “Sja, dat is wat”, beaamde ik zonder ironie. Dat moest vast iets zijn in een mensenleven, het moment dat je geen ouders meer hebt.
Ik kon op dat moment niet weten dat ik het twee weken later zelf zou zijn. Ma is nooit wees geworden.