Chat v/d dag: veilige bubbel

Zij: Hi lieverd, hoe kijk je terug?

Ik: Het was een interessante ervaring om een avond lang in zo’n veilige bubbel te zitten. Ik weet nu dat de toenemende spanning die ik overal voel geen bedrog is van mijn zintuigen. Hoe lang zal het nog duren tot de oorlog van allen tegen allen uitbreekt? Ik denk niet lang meer. Gelukkig kan in onderduiken bij iemand.

Zij: Oké

Ik: Haha en verder vond ik het ook heel goed georganiseerd en dat je veel talent hebt voor dit soort dingen

Zij: Wat onwijs lief

Ik: Ach, na het lezen van de autobiografie van Stefan Zweig besef ik dat er weinig hoop is voor ons mooie oude continent. Maar jouw talent is boven elke twijfel verheven, dus maak er goed gebruik van!

Advertenties

Chat v/d dag: complottensites

Ik: Ik kan er nog steeds niet over uit dat er in de lobby van zo’n Van der Valk-hotel ’s avonds om elf uur van die beukende 538-herrie opstaat. De hotellobby is toch bij uitstek de plek om gedachteloos met je hoofd boven een glas te hangen? En je zonden die je daarnet misschien wel op één van de kamers gepleegd hebt even te vergeten bij gedimd licht. Want dat vond ik ook zo bizar, die felle verlichting ’s avonds om elf uur. En nee, dat was niet omdat ze bijna dicht gingen. Er zaten wel degelijk mannen aan de bar mistroostig voor zich uit te staren met een biertje. Maar van overdenkingen kwam dus weinig terecht. Ik denk dat duistere krachten proberen onze samenleving te ontwrichten. Tel al die vreemde kleine veranderingen van de afgelopen jaren eens bij elkaar op. Is de familie Van der Valk lid van een geheim genootschap dat de wereld wil controleren door verwarring te stichten? Was de ontvoering Van Toos van der Valk in 1982 wel echt of was die om duistere redenen in scene gezet?

Hij: Allemaal leuk hoor die complottensites maar ik wil je niet binnenkort met een pistool zien zwaaien in het journaaldecor

Ik: Nee maak je geen zorgen, ik weet het natuurlijk allemaal niet zeker

Chat v/d dag: Hugh Hefner

Ik: Misschien moet ik toch eens wat concreter nadenken over hoe mijn leven zou kunnen lopen

Hij: Hoe bedoel je?

Ik: Nou, dat ik er bijvoorbeeld vanuit ga dat ik op 8 maart 2019 een relatie krijg die tien jaar duurt.
Hij: Waarom zou je zoiets willen?
Ik: Dan heb je een soort basisvorm voor de taart die je verder moet bakken. Een vast gegeven van waaruit je verder kunt fantaseren.
Hij: Zoals?
Ik: Misschien ben ik dan tien jaar lang zo tevreden dat ik verder niets meer hoef. Dat ik gewoon in een simpel huurhuisje woon en een dom administratief baantje heb.
Hij: En na die tien jaar dan?
Ik: Dan word ik alsnog een groot schrijver, maar dan hoef ik niet zo te haasten snap je?
Hij: Dan ben je inmiddels 50!
Ik: Dat is het geruststellende aan deze tijd. Je kunt op je 73e wakker worden met een briljant Youtube-format in je hoofd en je laatste twintig jaar als een soort Hugh Hefner slijten.
Hij: Haha, ja dat is waar. Maar wat ga je tot die tijd doen dan?
Ik: Geen idee

Wees

Mijn moeder (59) was de uitvaart van mijn opa (87) aan het voorbereiden. Het ging al maanden slecht met opa. “Vandaag of morgen vinden we meneer waarschijnlijk wel een keer met de oogjes dicht”, had de thuiszorg gezegd. Handgemaakte kaarsen moesten het worden. Met een foto erop van oma en opa. Oma was al zeven jaar geleden overleden. Maar ma wilde de bezoekers van de uitvaart iets meegeven van haar ouders samen. Die handgemaakte kaarsen moesten zes weken van tevoren besteld worden. Het is wel een beetje gek om bezig te zijn met de uitvaart van iemand die nog leeft, vond ma.

In het laatste weekend van november was ik bij haar en ze had de kaarsen die week opgehaald. Ze stonden boven op zolder in een paar dozen. Een voor een verpakt in plastic met een gouden lint erom en een kaartje. “Het is wat, het is wat, ik word wees”, mompelde ma. “Sja, dat is wat”, beaamde ik zonder ironie. Dat moest vast iets zijn in een mensenleven, het moment dat je geen ouders meer hebt.
Ik kon op dat moment niet weten dat ik het twee weken later zelf zou zijn. Ma is nooit wees geworden.

Chat v/d dag: Hardere maandagen

Zij: Hoi wat ben je aan het doen? 🙂
Ik: Een erg geestig artikel in Propria Cures aan het lezen. Jij?
Zij: Door de trekpleister aan het slenteren. En aan het overwegen om straks te gaan werken
Ik: Je kunt je hele leven nog werken. Ik krijg ook pas op mijn 71e AOW
Zij: Hahaha shit, hadden we toch PVV of 50+ moeten stemmen
Ik: We kunnen ons hele leven nog op de PVV stemmen! Dat is de andere kant van de medaille. Maar wilde je even ergens koffiedrinken?
Zij: Ja, al had ik toen nog niet door dat het al zo laat is en ik nog veel moet werken
Ik: Ok, kan ook een andere keer hoor
Zij: Ja sorry ben in een rare bui, beetje dippig
Ik: Ik ook hoor. Vroeger waren de maandagen zachter. We leven in een rare tijd.
Zij: Nou hè
Ik: Positief geformuleerd is het gewoon aanpassen aan de situatie, we zijn bezig ons te wapenen tegen hardere maandagen.

Mediteren kan dodelijk zijn

Elke dag vergader ik een uurtje met mezelf. Echt mediteren is het niet, ik laat mijn gedachten gewoon de vrije loop op een dekentje voor de grote spiegel. De regel is: ik mag een uur lang niet van mijn dekentje af en verder geen radio, telefoon, internet etc.. Ook de hoorn van de intercom leg ik ernaast, en dat bezorgde me vanmorgen bijna een zenuwinzinking.

Het was tien uur en mijn uurtje zat erop. Ik had er om kwart voor tien vreemd van opgekeken dat de kerstlichtjes die aan mijn muur hangen opeens heel zwak werden en langzaam uitdoofden. Maar goed, ik heb die dingen al een paar jaar, misschien waren ze op. Op je kleedje blijven zitten Raymond, je kunt aan het einde van je uurtje stilte ook kijken of ze het nog doen.

Nu was het dus tien uur en ik stond op. Routineus klapte ik mijn laptop open. Geen internet. De radio deed het ook niet. Dan maar mijn telefoon aanzetten en de regionale zender opzoeken. Gelukkig had ‘ie een uur aan de oplader gelegen. Als ik bij de juiste frequentie ben hoor ik de presentator nog net ‘we houden u op de hoogte van de situatie’ zeggen. Daarna gaat hij naar een of ander stom spel met letters die je moet raden. Dan eerst maar even douchen. Shit, ook geen water, geen warm, geen koud.

Ik krijg een raar gevoel en loop naar het raam. Ik woon op tweeëntwintig hoog moet u weten, helemaal op de bovenste verdieping. Beneden voor de flat staat een brandweerwagen. Mijn hart slaat over. De galerij biedt een donkere en verlaten aanblik als ik de deur openzwaai. Alle lampen zijn uit en de lift doet het niet. “Het zal toch niet dat ze bij iedereen hebben aangebeld maar dachten dat ik niet thuis was?”, schiet het opeens door mijn hoofd.

Beverig loop ik tweeëntwintig trappen naar beneden door het donkere trappenhuis. Op iedere verdieping verwacht ik rook die mijn naderende einde aankondigt. Gelukkig bereik ik veilig de begane grond en blijkt er verderop een transformatorhuisje ontploft te zijn. Maar dat mediteren is gevaarlijker dan je denkt.

verschenen in Metro

Meer….. of minder media?

Vroeger dacht je voordat je ging koken: zet ik de radio aan, of de tv op de achtergrond, of pak ik de krant van vandaag erbij terwijl de prei gaar stoomt? Vroeger waren er heel veel verschillende media: de radio, de televisie en de krant bijvoorbeeld. Tegenwoordig hebben we nog maar één medium: het internet. Daarop is alle informatie vanaf de geboorte van Christus, en zelfs van ver daarvoor, beschikbaar. Van de aflevering van ‘De Wereld Draait Door’ die nu op www.npo1.nl aan de gang is tot de inauguratie van de Amerikaanse president Jimmy Carter in 1977.

En dat is nu de keuze waar je voor staat tijdens het koken; de stream van NPO 1 of op Youtube Jimmy Carter? Natuurlijk blijft er altijd zoiets als actualiteit bestaan. Als Gerard Joling vandaag overlijdt, hebben we behoefte om beelden van Gerard Joling te zien en zijn levensverhaal te horen. Hoewel dat irrationeel is – we zouden meer over de wereldgeschiedenis leren door het bekijken van de inauguratie van Jimmy Carter.

Toch moeten de oude media elke dag weer vol. RTL 4 kan niet simpelweg een uur stilte uitzenden op het tijdstip van RTL Boulevard. Het internet hoeft niet elke dag vol, het is al hartstikke vol. Aan het internet hoeven alleen dingen te worden toegevoegd als ze voldoende belangrijk zijn of voldoende kwaliteit hebben. Denk aan alle columnisten die elke dag een stukje wit vullen in de krant. Zouden ze niet beter twee sterke koppen koffie per week kunnen serveren in plaats van vijf slappe?

Is dit stuk nu af? In de krant moet een opiniestuk meestal vierhonderd woorden hebben en op internet probeer ik mij hier ook aan te houden. Onzin natuurlijk. Oh wacht: nog één ding schiet er door mijn hoofd. Het toverwoord is ‘productievolume’. Oude media dwingen de makers tot een zeker aantal woorden of minuten per dag, omdat de distibutievorm dit nu eenmaal dicteert. Een mens kan tijdens zijn leven misschien maar 0,000001 procent van alle informatie op het internet consumeren, dus waarom elke dag weer nieuwe talkshows?

De aanleiding voor dit opstel is dan ook niet dat er deze week een artikel over veranderend mediagedrag in de krant stond. Voorgaande zinnen borrelden tijdens een wandelingetje naar de supermarkt bij me op en ik vond ze lucide genoeg om te delen. Maar als iemand anders het al eens zo scherpzinnig verwoord heeft, wordt mijn stuk hopelijk niet aan het al bestaande media-aanbod toegevoegd.

verschenen op metronieuws.nl