Dagen zonder Halbe #40

Op een feestje vraag ik aan A. wat hij heeft gestemd. Ik weet het stiekem al. “En, weer lekker ‘blond’ gestemd deze keer?”, zuig ik. Hij beaamt. Hij is een hogeropgeleide PVV’er en komt daar rond voor uit.

B. gaat meteen vol op het orgel. Zij heeft laatst nog tegen Wilders gedemonstreerd. De sfeer wordt ongemakkelijk als een derde gast zich met het gesprek bemoeit. “Volgens mij zijn mensen die heel erg tegen Wilders zijn, op hun eigen manier de hele tijd bezig met Wilders. Daarom hebben ze waarschijnlijk meer met Wilders gemeen dan ze zelf willen toegeven”, psychologiseert hij tegen de linkse vriendin.

“Jij hebt net als enige de naam ‘Wilders’ drie keer in een zin genoemd, dus in jouw leeft hij waarschijnlijk nog het meest”, psychologiseer ik er grappenderwijs overheen, in een poging het door mij aangestoken vuurtje te doven. “Bier, iemand?”, bood C. onmiddellijk zijn blusdiensten aan.

Advertenties

Dagen zonder Halbe #39

De winter verdraag ik ieder jaar manmoedig, ik stel me erop in. Het is steeds het staartje dat me nekt. Die dagen in maart en april dat lente aarzelt.

Zoals vorig jaar op Eerste Paasdag. Ik had de avond ervoor teveel gedronken, en snakte naar hete zonnestralen die de spijker in mijn voorhoofd zouden laten smelten. Maar er was geen zon, en ook geen eten in huis. Er was alleen het benzinestation aan de overkant waar ze koeken per stuk in dikke plastic verpakkingen verkopen.

Met de spijker venijnig prikkend in de bevroren voorste delen van mijn hersenen, sjokte ik over her en der scheurend asfalt om een roze koek te kopen. Een ijzige windvlaag blies een donkergrijze wolk langs minder grijze wolken.

Ik moest toch eens wat minder optimistisch worden, dacht ik kauwend op mijn roze koek. Pas half april is het structureel boven de vijftien graden. Maar dat duurt zo lang vanaf oktober.

Dagen zonder Halbe #38

Edwin Evers stopt ermee. Zijn vertrek ‘hing al een tijdje in de lucht’, om een typische radio-woordgrap te maken. Omdat de woordgrappen me mijn neus uitkwamen, wisselde ik mijn radiocarrière in voor een schrijversbestaan. Ik wil nu de nieuwe Gerard Reve worden, terwijl ik vroeger de nieuwe Edwin Evers wilde worden.

In mijn jongenskamer zat ik in de aanslag op nieuwjaarsdag 1998. Met een vers cassettebandje in mijn draagbare radio en mijn hand op de rec/play-knop. Om zes uur die ochtend zou Edwin Evers de eerste aflevering van ‘Evers Staat op’ presenteren. Ik weet zelfs nog wat de eerste plaat was, Republica met ‘Ready to go’.

De twintig jaar daarna zou de radiowereld een onbeklimbare ijsberg worden. Niet zozeer voor mij – ik schopte het uiteindelijk tot dj op het landelijke radiostation Kink FM. Maar op radiofeestjes verzuchtte er altijd wel iemand: “Tja, pas als Evers stopt, dan liggen er weer kansen”. 

Dagen zonder Halbe #37

Natuurlijk vallen de billen van Dionne Stax onder de vrije nieuwsgaring! Zoiets moet de bebrilde en kalende jongeman gisteravond in TivoliVredenburg hebben gedacht toen hij, staande op de brede houten trap achter het decortje waar Dionne de verkiezinguitslag van de gemeente Rucphen stond te presenteren, een foto maakte van haar achterwerk.

De reeds op Dionne’s achterzijde gerichte telefoon voor zijn buik houdend, kijkt de knaap schichtig om zich heen, drukt haastig af, en maakt dan nogmaals een nerveus rukje met zijn hoofd. Eerst naar links, daarna iets verder naar achter. Maar niet ver genoeg om te merken dat hij wordt gefilmd.

Natuurlijk vallen beelden van een bebrilde en kalende jongeman die heimelijk zo’n Rucphens kiekje maakt onder de vrije nieuwsgaring! Zoiets moeten ze bij de Telegraaf gedacht hebben, want de video is te bewonderen op hun website.

Grappig hoe juist vrije nieuwsgaring tot een wereld met steeds minder bewegingsvrijheid leidt.

Dagen zonder Halbe #36

Minister Ollongren heeft haar voorstel om op zaterdagen naar de stembus te gaan, ingetrokken omdat dit een religieuze rustdag voor de Joden moet blijven. Mocht er ooit een referendum worden gehouden over stemmen op zaterdag, dan kleur ik het rondje bij ‘tegen’ rood.

Het waren waarschijnlijk de Tweede Kamerverkiezingen van 1989 of de gemeenteraadsverkiezingen van 1990. Toen was ik oud genoeg om dat bewust mee te maken en haalde mijn vader ons nog met de auto van school op woensdagmiddagen.

Papa moest eerst even stemmen en daarna gingen we iets lekkers halen bij het supermarktje tegenover de Verrijzeniskerk, waar het stembureau gevestigd was.

Je mist mensen die er niet meer zijn vaak op feestdagen. Blijkbaar geldt dat ook voor het feest van de democratie.

Vandaag wandel ik in mijn eentje naar het supermarktje tegenover mijn huis. Ik woon in een zeer multiculturele buurt. Nederland is veranderd maar we stemmen gelukkig nog altijd op woensdagen. 

Niks voor een column

“Hee, ik zag je in beeld!”, heeft een collega geappt.
Ik was gisteren bij het NOS-debat met de landelijke partijleiders in TivoliVredenburg.
“Haha ja, beetje saai debat vond je niet? Alleen toen Wilders tegen Pechtold tekeer ging over zijn penthouse schrok ik even wakker”, schrijf ik terug.
“Gebeurde er achter de schermen niks leuks?”, vraagt de collega.
Er schiet me wat lolligs te binnen.
“Tijdens die debatten op locatie keken we met de partijleiders naar een enorm scherm, naar de lokale lijsttrekkers die aan het debatteren waren. De merkwaardige zenuwtrek -of is het een hele kettingreactie aan zenuwtrekken?- in het gezicht van de Utrechtse PVV-voorman Henk van Deun werd tot zeer ongemakkelijke proporties uitvergroot. Na een tijdje kon Wilders het niet meer opbrengen om te kijken en staarde hij met een van pijn vertrokken gezicht in de verte. Alles in het gezicht van Henk van Deun bewoog, het puntje van zijn neus stak zijn wenkbrauw aan, de wenkbrauw stuurde een elektrisch stroompje naar het rechteroor dat op zijn beurt aan Henk’s mondhoek trok. Als naar een reusachtig opengewerkt Dokter Bibberspel waar de hele tijd elektronische impulsen doorheen schieten, keken we dus met zijn allen naar dat hoofd van Henk op dat enorme scherm. En Geert begon steeds heftiger te verlangen naar een stel Al-Qaida jongens om een eind aan deze marteling te maken.
Collega: “Haha ja, dat is misschien wel leuk voor je stukje. Maar ik weet niet wat hij heeft, zometeen is hij gehandicapt en maak jij hem belachelijk. Volgens mij heeft die man enorme zenuwtics, maar zou hem daar niet op pakken.”
“Dank je, tja, dit is echt het enige grappige dat er gebeurde, het zijn een soort ratelende machines, die partijleiders. Dus ik kan er verder niks mee voor een column”, besluit ik het gesprek.
verschenen op Nieuws030

Dagen zonder Halbe #35

Het is makkelijk om te beweren dat je tegen de doodstraf bent, maar zou je bereid zijn de straat op te gaan om te demonstreren tegen de doodstraf voor Anders Breivik? Die vraag stelde Leon Verdonschot ooit in een column. In mijn geval luidt het antwoord: nee, beslist niet.

Gisteren zag ik Donald Trump pleiten voor de doodstraf voor drugsdealers. “Misschien is ons land niet klaar voor de doodstraf voor drugsdealers en dat begrijp ik”, zei Trump voor een zaal met aanhangers. Hij trok zijn gezicht in een grimas waarbij het puntje van zijn kleine tongetje een beetje naar buiten stak en vervolgde: “Hoewel… persoonlijk begrijp ik er niks van”. Gelach klonk uit de zaal. Voor het eerst zag ik The Donald als een walgelijke man.

Zou ik gaan demonstreren tegen de doodstraf voor drugsdealers? Misschien, als het niet te koud of te nat is en er mooie meisjes meelopen.